Vulling
– 500 g amandelen
– 350 g fijne suiker
– 1/4 theelepel kaneelpoeder
– 3 theelepels boter
– Een snufje Arabische gom
– 4 theelepels oranjebloesemwater
Deeg
– 200 g slagroom
– 1 theelepel fijne suiker
– Een snufje zout
– 250 g bloem
Decoratie:
– Eiwit
– 50 g fijngemalen amandelen
Vulling
Kook de amandelen een tiental minuten in kokend water, pel ze en droog ze. Maal ze samen met de suiker tot poeder. Doe het mengsel in een grote kom en voeg het kaneel, de boter, de Arabische gom en het oranjebloesemwater toe. Vorm lange fijne staven met de vulling.
Deeg
Doe in een grote kom de slagroom, suiker en zout. Meng goed en voeg geleidelijk aan de bloem. Blijven mengen tot een glad deeg en laat 30 minuten rusten op een koele plek.
Rol het deeg uit. Leg er een staaf vulling op en rol het deeg erom heen, duw lichtjes met de vingers op de rand om het deeg te sluiten en snijd van de rest van het deeg af. Doe dit met alle vulling-staven.
Snijd de staven in kortere staafjes van 7-8 cm en vorm met elk staafje een ring. Duw daarvoor de uiteinden zachtjes samen om de ring te sluiten.
Dompel de bovenkant van elke ring in een beetje eiwit en nadien in de fijngemalen amandelen.
Leg de amandelringen op een ingevette ovenplaat. Laat 15 minuten bakken op 180 graden. Serveer koud.
Chocoladekistjes
Mhancha met honing
Majhoul dadels gevuld met amandelspijs
Bladerdeeggebak met noten
Msemmen
Beghrir met dadels